Gestapelde woongebouwen (appartementen) met een parkeergelegenheid die onder het appartementengebouw is geplaatst, staan voor een aanzienlijke uitdaging. Regelmatig zijn er grote branden, of er nu wel of niet sprake is van elektrische voertuigen.
De balans tussen de gestelde eisen (Bouwbesluit, tegenwoordig BbL) ) qua bouwkundige brandveiligheidsmaatregelen, het waarschijnlijke brandscenario en de gewijzigde protocollen van de inzet van de brandweer is flink veranderd. Branden in parkeergarages komen de laatste tijd vaak in het nieuws en de schade en gevolgen zijn meestal behoorlijk. Het is daarom de hoogste tijd om in je eigen gebouw eens te kijken of het brandrisico in je parkeergarage nog acceptabel is.
Waarom voldoet de brandveiligheid vaak niet (meer)?
Er zijn veel oorzaken. In onze ervaring met het inspecteren en beoordelen van de brandveiligheid van parkeergarages hebben we een hoofdordening voor je gemaakt om dit te begrijpen.
Brandveiligheid voldeed niet bij oplevering:
Parkeergarages zijn ontworpen met brandscheidingen. Zelfs bij parkeergarages die vandaag worden opgeleverd blijkt dat de aandacht aan goede brandscheidingen een ondergeschoven kind is bij opleveringen. De in het oog springende onderdelen zoals brandwerende deuren zijn vaak nog wel geconstrueerd volgens de eisen maar minder in het oog springende zaken zoals kabels, leidingen en ventilatiekanalen die door brandscheidingen voeren zijn vaak niet volgens de eisen afgewerkt.
Brandveiligheid is gedurende de tijd afgenomen of gedoogd
Ieder gebouw is ‘dynamisch’. Er gebeurt in de loop van de tijd van alles. Zo worden er kabels getrokken, bijvoorbeeld glasvezel of data, verouderen deuren en vooral sloten en deurdrangers zonder te worden onderhouden et cetera. Ook werd er vroeger spiegeldraadglas in brandscheidingen toegepast hetgeen tegenwoordig niet meer toegepast wordt, alleen nog echt brandwerend glas.
Autobranden zijn intensiever geworden
We gaan er in Nederland vanuit dat de brandweer 30 minuten na ontstaan van een brand operationeel wordt. Dit deden we vóór het eerste Bouwbesluit in 1992 en dat doen we vandaag nog steeds. De auto’s in de jaren 80 waren veel minder brandbaar dan de auto’s van vandaag waar we met heel veel kunststof te maken hebben. We gingen er destijds vanuit dat de brandweer 3 voertuigen moest blussen, de auto waar de brand begon en de beide auto’s daarnaast. Vandaag de dag zal de brand van een auto aan beide kanten zijn overgeslagen naar 3 voertuigen als de brandweer operationeel wordt. In totaal dus 1+3+3 = 7 voertuigen. Vaak is er dan al sprake van een flashover en kan de brandweer weinig meer doen. Voor alle duidelijkheid, het is juist dat elektrische voertuigen effecten hebben maar genoemd scenario geldt in jouw parkeergarage ook zonder de aanwezigheid van elektrische voertuigen.
Brandweerinzet is veranderd
Vroeger was de richtlijn van Brandweer Nederland: “Binnenaanval tenzij”. Dat wil zeggen dat de brandweer naar binnen ging tenzij duidelijk is dat dit te gevaarlijk is. Mede naar aanleiding van de brand in ‘De Punt’ op 9 mei 2008, waar twee brandweerlieden het leven lieten, heeft de brandweer besloten de richtlijn te wijzigen in ‘Buitenaanval tenzij’. De inzet van de brandweer is, begrijpelijk(!), defensiever geworden. Ze gaan tegenwoordig niet meer naar binnen om te blussen tenzij duidelijk is dat dit veilig kan gebeuren. Zoals gezegd, de kans op flashover is groot dus de kans dat de brandweer naar binnen gaat om te blussen is klein.



